De Vry Louis

Paarden zijn Louis niet vreemd. Hij is er mee opgegroeid op de boerderij bij zijn ouders. Dit waren de Brabantse trekpaarden.

Op een gegeven moment had Louis een serre gebouwd voor biologische tuinbouw te doen. Door zijn afmeting van 20x30 meter wilde hij de grond liever niet met de hand gaan omspitten. Vandaar de wens om een paard te kopen om te helpen ploegen. Hij en Bie wilden liever geen trekpaard want dat was te groot voor Bie. De zoektocht naar iets kleiners begon.

Op dit moment zijn we in 1981 en waren fjorden nog niet echt gekend in Belgie. Maar in de omgeving, Turnhout, stond wel een fjord. En door zijn prachtige manenkam was hij Louis opgevallen.  In 81 was dit echt wel speciaal, nu zijn we die mooi geknipte boog al heel erg gewoon.
Deze fjord was van Van De Pol. Louis is er gestopt en aan de praat geraakt, zo kwam hij erachter dat het een Noorse fjord was. Uit dit gesprek kwam een doorverwijzing naar Nederland, waar hij gerust naar een keuring kon gaan. Daar nog wat meer informatie gevraagd en wie fjorden te koop had.

Op die manier kwam Louis bij de gebroeders Den Otter terecht en kocht hij er zijn eerste 3 fjordenmerries. Een 3-jaarse met veulen en een jaarling. Met deze dieren nam hij ook deel aan de keuring in Ede. De merrie had een eerste prijs, de jaarling de 2de prijs. Louis koos voor de Larslijn – L180.

De keuze voor Nederland was logisch, vlakbij en zowat het grootste fjordenland toen. Wel bijna 1000 dekkingen per jaar.

Als start van de stallingen werden er 3 boxen gezet in de tuin. De drie bouwgronden tegenover de woning werden op dat moment gebruikt als weide.

Al snel kwam de goesting voor een eigen hengst en in 82 werd een eerste aankooppoging gewaagd. Helaas bleek  het gekozen dier niet over de nodige afstamming te beschikken en hebben ze hem direct verkocht.
In 83 kwam Dolf als veulen bij Louis. Op 3-jarige leeftijd is hij gekeurd – toen nog op de Heizel in Brussel op het landbouwsalon. Hier werd hij kampioen.

Tot er een hengst was ging Louis dekken bij Viking en Lars , de afstammingen hielden ze. Zo kwamen ze snel aan een ruime kudde merries. Hun eerste hengsteveulen was Jars, vader Lars, en werd in 1985 geboren.

7 jaar na de start, in 1988 liepen er al 7 merries en 3 goedgekeurde hengsten bij Louis en Bie rond. Op dat moment was Louis van stalling al verhuisd naar Den Bosdries, een stuk grond verderop.

De oorsprong van ‘Den Bosdries’ ligt in het verleden. De grond waar ze nu wonen komt van Louis zijn vader en heette Den Bosdries. Alle boerderijen in de omgeving hadden een eigen naam en zij noemden hun fokkerij en stallingen naar de naam van hun grond : den Bosdries .

Louis had in 88 allemaal Lars-bloed staan op Dolf na. Hier wilde hij verandering in brengen en dus ging hij weer op zoek naar een hengsteveulen. Naast Lars was ook Hjerter Knaegt een gekende hengst. Van hem koopt Louis Hayo. Ook Hayo raakte goedgekeurd en vertrok na enige tijd terug naar Nederland. Er wordt met liefde en trots over Hayo gesproken als een karakterhengst. Pittige hengst die niet wilde opgeven en met werktuigen van een brabants trekpaard werkte.

De eerste reis naar Noorwegen

Tot 1994 gingen Louis en Bie altijd naar Zwitserland als kookouders. Dit was van half juli tot begin augustus. Daarnaast deden ze ook het secretariaat van het Belgische stamboek wat heel erg veel manueel werk meebracht, geen computer maar een stenselmachine en typmachine. Geen tijd dus om de gedroomde reis naar Noorwegen te maken tot 1994.

Jars ging ter dekking bij andere mensen binnen het stamboek en ze vertrokken. De eerste keer kochten ze gelijk Alm Glimt en 2 merries als veulen. Beide merries verkochten ze verder wegens niet voldoende qua kwaliteit. Alm bleef.

Tijdens de reis van 96 werd Haugutten en 2 merries gekocht – ook weer als veulen, hiervan heeft 1 merrie 18 veulens op 21 jaar tijd gegeven. Zij is ook als 2-jarige kampioen van Belgie geweest, door letsel aan de schouder kon ze nadien niet meer mee naar keuringen. Caroline is uiteindelijk verkocht op haar 21. In 97 kwam Valdeman plus een merrieveulen. Dit was het laaste merrieveulen dat ze in Noorwegen hebben gekocht.

Louis fokt voornamelijk met 3 merrielijnen. Deze moederlijnen heeft hij altijd aangehouden : Ylina, zijn 1ste merrie, Caroline uit Noorwegen en Fidonja. Deze laaste merrie heeft hij bij Jan Lips kunnen kopen en werd gebruikt voor de marathon, alleen was de stap te vlot voor een dubbelspan of 4-span. Ze kwam in 1995 bij Louis te staan en gaf altijd hele zware veulens. Hierdoor zoog ze makkelijk lucht in de schede, in samenwerking met de dierenarts heeft hij dit probleem kunnen oplossen.

Alle hengsten heeft Louis aangekocht als veulen behalve Hildar. Deze hengst heeft hij gekocht na een overlijden en even aangehouden. Nadien is Hildar verkocht naar Zwitserland.

De kriebel om meer kleur te fokken begon te komen. Uls was al aanwezig via Alm Glimt, die kleur verkocht heel goed. En dan begon de zoektocht naar gra, maar er was  wel nood aan kwaliteit. Want op dat moment waren de fjorden met grakleur erg teleurstellend op vlak van kwaliteit. Dus begon Louis met een poging om via bruine merries met dragend gra  - gra te proberen fokken. Ook kocht Louis 2 redelijke gra hengstenveulens aan. Lunnergard (te klein – verkocht als ruin)  en Lunner Solve (beweging onvoldoende – verkocht als ruin aan iemand waar paard gestald werd bij een kunstenaar – beeld van fjordenhoofd is wat overblijft). Deze 2 waren een teleurstelling.

Toen een heel gelukkig toeval : jubileum in NL en Louis spreekt er een goede fokker die een blauw veulentje had staan. Louis wilde hem eigenlijk niet want zijn benen waren te dun. Nadien zag hij dit veulen een maand of 2 later op een keuring terug en hij viel hem toen wel mee. Op vlak van bloedlijn was er een goede moederlijn en Duitse en Deense lijnen langs vaderskant. Louis kocht hem, en als enige veulen zonder Bie erbij. Zijn naam is nu wel voor iedereen bekend, Brijol kwam bij Louis te staan.

Toen Brijol jaarling was kreeg hij van Inka Störmann al een grote carriere voorspeld. Deze voorspelling is duidelijk vervuld met dekkingen in Noorwegen, Denemarken, Nederland en Belgie.

Maar 1 blauwe hengst was echt onvoldoende om via bruine merries de grå-kleur te bekomen. De zoektocht naar een kwaliteitsvolle grahengst gaat verder en brengt Louis en Bie naar Zweden. Bij het ophalen van Lunnergard in 2008 ging hij nog eens bij kennissen langs om een jaarlinghengst die uit de bergen kwam te bekijken. Tempo. Qua beschrijving van Louis zou je hem gewoon al uit medelijden kopen. Hij stond er mager, met lange haren en een manenkam die met happen uit was geknipt en in een koeienstal. Qua gangen testen was het gewoon even op een neer stappen in de stal. Louis bood de helft van de vraagprijs en mocht hem meenemen.

Voor de volgende grahengst heeft Louis 5 jaar gezocht en zitten we al in 2013. Toen kwam er een helderziende op bezoek bij hem. De vraag werd gesteld : gaan we dit jaar een hengst vinden in Noorwegen ? Het antwoord kwam snel : eentje in het Zuiden van Noorwegen op de grens met Zweden. En daar was er effectief 1tje te koop met een vaderlijn die Louis heel graag wilde hebben. Ook de kwaliteit was goed. Leirdals Odin, de vader van Rune, is in Louis zijn ogen 1 van de bestfokkende gra-hengsten in Noorwegen. Ook de moederlijn sprak aan. Deze merrie scoorde erg hoge punten op de keuring.

De toekomst ?

Louis geeft aan dat hij geen hengsten meer wil bijkopen – waarop Bie eens goed moet lachen. Al gauw volgt de uitspraak dat hij nog wel wil selecteren voor andere mensen, maar niet meer voor zichzelf. Rune wordt bestempeld als de laatste gra hengst. Er staat er nog 1tje in opfok met grabloed.

5 jaar geleden kocht hij een stuk weidegrond- met bron- in Wallonie met bouwgrond erbij. Dit om de paarden te laten opgroeien ter verbetering van de kwaliteit van de hoeven en benen, er is namelijk een heel andere ondergrond dan de arme zandgrond in Antwerpen. Nu is hij aan het bouwen daar. De bedoeling is om in de zomer daar te gaan wonen met alle paarden, de hengst als laaste te brengen en deze dan vrij in de kudde te laten dekken. In de winter terug naar Malle. In de winter verhuizen de paarden terug omdat de stallen hier zijn. Momenteel heeft hij 23 fjorden in totaal. In de toekomst wil hij stilletjes aan afbouwen door de veulens te verkopen. Ook wil hij nog fokken met 5 a 6 merries en 1 hengst.

Veranderingen in de fokkerij : begin jaren 80 : korter en geblokter. Nu meer rijtypisch (nog niet zoals Duitsland, daar te veel doorgeslagen want te weinig massa). Hoger op de benen en wat langer, maar nog steeds massa. Vroeger werd de fjord ook nog gebruikt als landbouwpaard. Nu recreatie, beetje sport. Vroeger ook veel meer dekkingen dan nu. Louis reed vroeger ook nog rond met de hengsten. Nu niet meer, het brengen van de merries is makkelijker, nu is er ook een grotere stal, dus is dat mogelijk. De stal die in de tuin stond moest afgebroken worden en dan mocht er grote stal komen op stuk grond dat ze hebben. 4 boxen en 15 stands . Wegens het aantal paarden heeft hij altijd een boekhouding bijgehouden, iets wat hem ook aangeraden werd via de boerenbond. Verdien je er dan iets op ? Neen, het is echt een liefhebberij waar je eigenlijk geen winst op maakt.

Het ideaalbeeld van de fjord is Alma volgens Louis, deze Noorse merrie haalde op de keuring schitterende punten en is de mooiste merrie die hij ooit heeft gezien. Daarnaast moet het karakter ook goed zijn.

Hij omschrijft de ideale fjord als modern en sjiek met vooral een mooi hoofd. Type blijft belangrijk. Niet te hoog, mooi gemaakt en goede, ruime bewegingen, het telt allemaal. Toch zet hij type voorop als streefdoel met goed karakter. Dit is heel belangrijk. Wie de fjord koopt, zijn niet allemaal paardenmensen, niet iedereen rijdt competitie. Vechten tegen je fjord is niet de bedoeling. Daarnaast telt beweging voor hem. De fjord moet willen gaan en willen werken. Het karakter van de hengst is van kapitaal belang omdat hij het meeste nakomelingen voortbrengt, een merrie heeft maar maximaal 1 veulen per jaar.

Bij het fokken kijkt Louis vooral naar de bloedlijn, vooral de moederlijn. Voor hem zijn sterke moederlijnen erg belangrijk. Met een goede bloedlijn fok je goed zegt hij zelf. Ook als het exterieur op bepaalde punten een beetje tegenvalt. Bij de aankoop van paarden kijkt hij hier zelf ook naar.Voor hem vullen zijn hengsten Brijol en Tempo elkaar goed aan. De ene wat lichter in de benen, de andere dan weer wat zwaarder. Ook dit evenwicht is belangrijk voor de fok.

Alle paarden die hij heeft staan heeft hij zelf opgeleerd om voor de koets te lopen. Dit vindt hij erg belangrijk. Hij start op 18 maanden en leert ze zelf op.

Als hij zelf gaat kijken naar zijn eigen fokkerij dan geeft hij aan dat de grootste triomf het kampioenschap van Brijol in Noorwegen is. Vooral ook omdat Brijol maar een maand de tijd heeft gehad om bijvoorbeeld te leren hoe er in Noorwegen wordt ingespannen, waar hij over de berries moest stappen ipv het Belgische systeem.

Louis en Bie hebben altijd graag fjorden gefokt, het heeft hen naar vele keuringen gebracht in verschillende landen en ze hebben er veel vriendschappen aan over gehouden en dat voelt altijd goed.