Dierckx Dennis en De Groote Patty

Patty was als 5-jarige al gek op paarden en fjorden. De liefde voor fjorden begon in Center parcs Heiderbos, waar er paarden stonden voor de kinderen om onder begeleiding te rijden. Daar stonden enkele fjorden waar ze heel graag mee wilde rijden omdat ze zo mooi zijn. Nadien is ze beginnen paardrijden en de passie voor de fjord – of zoals ze zelf zegt, het zot zijn van fjorden- is altijd gebleven. Alsnog ging ze vreemd bij haar eerste aankoop en kwam er een Engelse volbloed bij haar te staan, iets helemaal anders dan een fjord, waar haar hart nog steeds lag. Door een ongeval op school en hierdoor een aantal rugproblemen was de volbloed niet meer te doen. Te veel beweging en regelmaat nodig. De volbloed vond een nieuw baasje en de zoektocht naar de fjord startte. Patty kwam uit bij Frans Broossens voor een niet-drachtige fjord te kopen. Daar kwam ze Rinka tegen, die wel drachtig was en te koop. En als 17-jarige was haar eerste fjord een feit. We zijn dan 2004. Rinka werd toen 8 jaar. Een maand later kwam Freya ter wereld, zij is gebleven tot haar 8 jaar. Dit beviel wel en uitbreiding was nog welkom. In 2006 kwam Clea dus bij de kudde te staan. Dit waren de eerste 2 fokmerries. Naar hengsten kwamen op dat moment Haugutten en Hildar aan. Wat later kwam de grote liefde op de proppen en die vond fokken ook leuk en steunde Patty hierin. Zo kwam merrie 3 erbij, Vincy d’Ardenne. In het begin werden er regelmatig merries bij gekocht en na een aantal jaren weer verkocht om eigen fok te kunnen aanhouden. Nu staat er vooral eigen fok op 2 merries na. In totaal zijn er nu 5 fokmerries en 11 fjorden in totaal. Ook is er momenteel een hengst in opfok. Ze geeft aan dat ze al jaren probeert te minderen in aantal paarden, maar dat dit niet vlotjes loopt. Keuzes maken is soms moeilijk. De paarden werden altijd op de weide gehouden. Eerst in Ekeren, in 2007 verhuist naar weides in Zoersel. Op een gegeven moment werd het aantal ha grond minder en is er een poging gedaan tot het minderen in paarden. Dit is niet zo goed gelukt en in 2016 is er weide in Turnhout bijgekomen. Momenteel is er 5ha grond voor alle paarden samen. De paarden worden zo natuurlijk mogelijk gehouden – 24/7 buiten en gewoon schuilmogelijkheid. Ook een hengst heeft recht op een buitenleven. Daarom ook het natuurlijk dekken. Bijkomende voordeel is minder werk maar je blijft nog steeds verantwoordelijk van wanneer hengstig, dekking, scannen etc. Al het werk bij de paarden heeft ze altijd zelf gedaan, nu al bijna 12 jaar samen met haar man Dennis. In de winter staan de paarden op 3 verschillende weides om te zorgen dat de modder beperkt is en er voldoende ruimte is.

5 veulens is het maximale dat Patty en Dennis willen op 1 jaar wil. Dit om elk veulen voldoende in de hand te krijgen voor vertrek naar een nieuwe eigenaar. De merrielijnen van dit moment zijn Rinka (Lenngard), Clea (Tao), een aantal merries van Brijol, via Dokka komt Edel Jo terug en haar dochter is dan weer een Almglimt, Kleindochters van Hertug en dan sinds vorig jaar met Irina Kollistaen. Er staan nu ook twee merries in opfok van Drafur. Qua hengsten is er vooral gebruik gemaakt geweest van Brijol, Almglimt en Tempo. De laatste 2 jaar was er Drafur en in opfok staat er nu een hengst van Rudsmo Rune en kleinzoon van Tempo. Dit om een andere bloedlijn te hebben. Patty merkt op dat de evolutie in de fokkerij van een eerder vierkant model naar een rechthoek gaat. Een sportievere evolutie noemt ze dit.

Persoonlijk vinden Patty en Dennis, karakter het allerbelangrijkste. Ze kunnen zo mooi zijn als iets maar met een rotkarakter heb je niets. Dit moet goed zitten voor de fokkerij. Vaak hoor je spreken over verschillende types, maar dit valt wel mee. Het rechthoekigere model leunt beter aan bij het tegenwoordige doel – meer rijden. Heel belangrijk is de harmonie, een fjord moet goed in harmonie zijn, een mooi aansprekend hoofd en een goed karakter. Typisch karakter voor haar is liefst braaf, maar werkwillig en met wat pit. Je fjord mag uiteraard ook geen kasplant zijn. Wel braaf in omgang, je moet er een kind mee kunnen laten wandelen. Eigen visie is ook geëvolueerd van het vierkant naar de rechthoek qua model. En aangezien de paarden worden gebruikt om te rijden en niet voor koets-werk is dit voor hen wel van belang. Daarnaast zijn de gangen ook erg belangrijk. Zelf evalueert Patty haar eigen fokproducten op harmonie – hoofd –beenstanden- gangen en karakter. Maar toch vooral op karakter. Fokkerij blijft voor Patty en Dennis toch altijd een beetje gokken. Kijken naar de minpunten van eigen merries en kijken naar de pluspunten van de hengst en dan hopen dat dit elkaar aanvult. Je kan zo goed mogelijk proberen te selecteren voor
wat je wil, maar het blijft wel een beetje een gok. Er zit zoveel achter dat je niet ziet. Soms heb je geluk en komt eruit wat je wilde en soms valt het wat tegen. Fjorden moeten bij Patty uitblinken in karakter. Qua gebruik liefst allround. Voor ieder wat wils qua verkoop. De motor moet vanachter goed zijn qua achterhand. Dan zit je voor alles goed. De rest volgt dan wel. Haar doel is het fokken van een goed,  gebruiksvriendelijk familiepaardje. Fokken op grootte is verkeerd voor Patty en Dennis. Een fjord mag niet te groot zijn. Patty heeft ze liever iets kleiner. Het is moeilijker om een grote fjord mooi in harmonie te fokken dan de iets kleinere. Er is de hype voor groter en groter te fokken, maar je moet bij de rasstandaard van de fjord blijven. 1m55 of 1m60 zijn eigenlijk paarden. Dan moet je naar een ander ras gaan. Evolutie is ook zo geweest bij de haflingers. Angst dat het bij de fjord ook zo gaat gebeuren en dat de fokker te veel in die richting willen gaan. Voor haar is dit zonde van het ras. Je verliest rasspecifieke eigenschappen door te veel in die grootte te gaan selecteren. Het valt hen wel op dat de paarden in Nederland vaker groter zijn als in België. 1 paard van hen is in Nederland ook een paar cm groter gemeten dan in Belgie. Geen idee wie juist is, maar het valt wel op dat er vaak een verschil tussen beide landen is. Het fokken wordt ook vaak zwaar onderschat vinden ze. Het fokken van af en toe 1 veulentje is heel anders dan jaarlijks 4 of 5 veulens. Vaak onderschat men hoe zwaar het is. Er komt veel meer bij kijken dan gewoon een hengst op een merrie zetten. 1 dekking is soms 4 uur werk. 2 jaar geleden hebben ze een ongeval gehad met de wagen. Ze merkt sindsdien dat ze minder mobiel is wegens rugproblemen, net zoals Dennis. Daarom hebben ze de overstap gemaakt naar de huur van een hengst en vrij dekken in de kudde. 2016 was voor hen ook een heel moeilijk dekseizoen, merries die niet drachtig raken, naar dierenarts, naar hengst, ze deden precies niets anders dan met de paarden rondrijden. Dit in combinatie met een huishouden, kind en werken was heel zwaar. Met 1 merrie valt dat nog te doen, met 5 is dat heel demotiverend.

Reisjes naar het buitenland: hengstenkeuring in Noorwegen 2015. Unieke ervaring! Leuk om te zien hoe het daar in zijn werk gaat en daar de paarden is te zien. Met wat ze daar gezien heeft is de conclusie dat we het niet zo slecht doen. Dit op vlak van fokken, als je vergelijkt met de fjorden in België en de paarden in Noorwegen, dat we het dan helemaal niet zo slecht doen op vlak van de fok. Gaan regelmatig naar keuringen in NL kijken, vooral de hengstenkeuring, heel soms een merriekeuring. Vaak veel werk dus niet de tijd om alle keuringen te gaan doen.

Naast fokken ook actief binnen stamboek, waar ook veel werk in kruipt. Hecht veel belang aan het ras behouden en wil daarin blijven helpen. De conclusie voor Patty is dat het veel werk is en je moet het met liefde en passie doen, anders stop je snel. Financieel houd je er niets aan over. Wel is er een evolutie op financieel vlak, de prijzen zijn gelukkig gestegen en de crisis in paardenland is voorbij. Prijs wel afhankelijk van afstamming, geslacht en kleur. Ook de vraag is enorm gestegen, dit is gunstig voor de fokkerij. Al vreest ze een beetje dat er een overaanbod kan komen over een paar jaren. Kwaliteit blijft primeren voor Patty in de fokkerij. Ze sluit af met de volgende zin: ‘Je moet verbeteren in een fokkerij en niet enkel vermeerderen.’